De Belgische topografie is getekend door een excessieve stadswoeker die zich tussen de grote, urbane knooppunten wortelde. Lintbebouwing, zonevreemde inplantingen en tuinwijken die iedere notie van landschappelijke ongereptheid tenietdoen, vormen hiervan slechts de zichtbaarste uitwassen. Kenmerkend voor het uitzicht van deze laatstgenoemde, semi-residentiële buurten zijn de hagen en aanplantingen die de percelen omzomen; ze zijn haast zonder uitzondering minutieus gecoiffeerd en onderhouden, met oog voor een zekere ruimtelijke compositie geplaatst, gecombineerd met ander groen en strategisch ingepland om het zicht op het eigenlijke stuk eigendom te versperren.

Op zich gaat het om een variant van wat we wereldwijd kunnen aantreffen in suburbane regio’s: woningen zijn omzoomd met stukjes groen, die vaak nog worden afgebakend met hekwerk of heggen. Deze kavels worden ingezet als pronkplaatsen – hun zichtbaarheid langs een openbare weg is groot – en aldus verlenen ze de eigenaars een status. Dat dit vaak gepaard gaat met enige hang naar competitie ten opzichte van de buren is genoegzaam bekend. De exuberante hagencultuur in België lijkt evenwel uniek te zijn.

Het gaat dus om decoratieve, soms imponerende demarcaties tussen private en publieke zones, waarbij natuurlijke elementen worden ingezet als basismateriaal. Hoewel de onderdelen technisch gesproken bomen, struiken, varens, bloemen en gras zijn, werden ze verregaand gemodificeerd – het gaat om varianten die zelden in het wild voorkomen en die volgens een bepaalde vormgeving werden geschoren. Het is een fascinerend en dikwijls enigszins esthetisch gegeven dat echter bestaat ter wille van uitsluiting en afstoting.

De titelloze reeks van zwartwitbeelden waaraan Dieter Daemen momenteel blijft werken, gaat uit van deze specifieke afscheidingen. Hij maakte ze in zijn eigen regio Vlaams-Brabant, waar voorbeelden legio te vinden zijn. De foto’s lijken uitstekende vormoefeningen: het standpunt is eerder laag, zodat niet veel luchtpartijen zichtbaar zijn, het lijnenspel van de hagen, struikpartijen en bomen alsook dat van de bouwwerken daarachter is bijzonder evenwichtig en de wisselwerking tussen de texturen in een beeld – verschillende variaties van lover, gazon, al dan niet betegelde ondergrond, rigide bakstenen muren en vlakke glaspartijen – werkt door de kwaliteit van de prints voortreffelijk.

Er wordt daarenboven een sensatie van nabijheid gegenereerd, die nog wordt versterkt door het kleine, vierkante formaat van de foto’s. Het trekt de blik van de kijker ook in ware zin dichterbij, een ervaring die in contrast staat met de hele idee van afscherming. De paradox bestaat er uiteraard in dat de werkelijke intimiteit zich aan de andere zijde van deze groene muren afspeelt, in exclusiviteit en geborgenheid. De opaciteit en sluimerende geheimzinnigheid die heerst, worden perfect weergegeven in Daemens beelden.

Tom Nys for Braakland, Fomu